Lidwoord voor hugenoot
1
de hugenoot m
aanwijzend voornaamwoord
deze hugenoot, die hugenoot
dichtbij deze hugenoot
verder weg die hugenoot
betrekkelijk voornaamwoord
de hugenoot die
bezittelijk voornaamwoord
mijn, jouw, uw, zijn, haar, onze, jullie, hun hugenoot
onbepaald voornaamwoord
elke hugenoot
buigings-e
de grote hugenoot, een grote hugenoot